Zwavel en as
Wauw, wat hebben we de laatste dagen toch weer vele mooie dingen gezien! Het begon vier dagen geleden met de vulkaan Bromo. Vanuit Probolinggo zijn we naar Cemoro Lawang gereisd, een dorp dat 3 kilometer van de krater afligt. Na een bochtige busrit door de bergen (soms leek het even dat het busje de top niet zou halen) kwamen we rond de middag aan in het kleine dorp. Nadat we onze spullen in de gezellige hotelkamer hadden gezet, zijn we aan een wandeling begonnen richting Bromo. Na nog geen vijf minuten stonden we aan de rand van de Sea of Sands, een uitgestrekte vlakte van zand en as. In het midden van de in mist gesluierde vlakte rees het Tengger massief op. Een bijzonder mooi gezicht.
Na een wandeling van ongeveer een uur over de verlaten zandvlakte en door het mulle stof van de krater, kwamen we aan op de kraterrand (voor de luie tourist waren er ook paarden te huur). Ik (Wilma) stond niet heel erg op mijn gemak op de rand. Het diepe, zwarte gat met de rookpluimen had iets intimiderends. Het hielp ook niet mee dat de afzetting, een betonnen hekwerk, hier en daar afgebrokkeld was. Maar ter geruststelling, het was wel stevig genoeg.
Het is onvoorstelbaar dat je op een actieve vulkaan staat. Begin van dit jaar werd diende je met het oog op de veiligheid twee kilometer afstand te houden van de krater als gevolg van aswolken. De gevolgen van die aswolken waren overal te zien: het hele dorp is bedekt met zwart stof en de bomen aan de rand van de Sea of Sands waren allemaal dood.
We hebben nog een stuk gewandeld over de verlaten Sea of Sands. Tegen vieren zijn we naar het dorp terug gelopen omdat de mist en wolken binnentrokken. Dit in combinatie met de oorverdovende stilte gaf een spookachtig gevoel. Nog geen uur later trok de mist op en dreven de wolken weg zodat we konden genieten van een oranjerode zonsondergang.
Inmiddels was het flink afgekoeld (14 graden is voor ons inmiddels echt te koud!) zodat we buiten het overgrote deel van onze kleding en de handschoenen hadden aangetrokken en binnen een dozijn kaarsen aangestoken om het enigszins warm te krijgen. 's Nachts hadden we gelukkig geen last van de kou omdat we twee dekens op het bed hadden.
De volgende dag zijn we om kwart voor vier (!!!) opgestaan om naar een uitkijkpunt op de berg Penanjakan te wandelen. We waren erg verbaasd over de hoeveelheid jeeps die we na een half uur wandelen tegenkwamen op de berg. We hebben ze geteld en het waren er 72! Het was dus aardig druk bij de zonsopgang. Omdat de meeste mensen geen zin hadden om de berg veel verder op te lopen, hadden we al na een paar honderd meter een redelijk rustige plek waar we konden genieten van het uitzicht. Na nog geen half uur werd iedereen weer in de jeeps geladen en hadden we de berg voor ons alleen. Het enige geluid was van de drankverkoper die aan het zingen was. Kennelijk had hij goede zaken gedaan.
Alle jeeps gingen naar de krater van Bromo. De plek die we gisteren voor ons alleen hadden, stond nu overvol (per jeep waren er gemiddeld 6 personen). Het is toch wel een erg fijn dat we zeeën van tijd hebben zodat we alles op ons gemak op niet drukke momenten kunnen bezoeken.
Na een ontbijt zijn we naar Bondowoso gegaan. Een stad met 73.000 inwoners waar niet heel veel is te beleven. Het dient als uitvalsbasis voor het Ijen Plateau. Samen met twee Fransen hebben we een jeep gehuurd. Dus gisterochtend ging om twintig voor vijf de wekker om aan de toch naar Ijen te beginnen. De weg was voor een groot gedeelte erg slecht, dus de jeep was geen overbodige luxe. Na twee en een half uur waren we bij de ingang en, na het door het hotel ingepakte ontbijt, zijn we aan de wandeling begonnen naar de kraterrand. Deze keer overigens geen paarden. Het uizicht was spectaculair! Een gigantisch krater met daarin een turkoois meer en een dampende zwavelgroeve. We hadden geluk met de windrichting zodat we konden de krater inlopen zonder (al te veel) last te hebben van de zwaveldampen. Een stevige afdaling over een nauw pad. Beneden werd het zwavel gedolven onder primitieve omstandigheden. Met een ijzeren staaf werd het losgewrikt en in rieten manden geladen. Vervolgens werd het door mannen de groeve uitgedragen. Deze tengere mannen droegen twee keer per dag 70 tot 80 kilo de krater uit en vervolgens de berg af, een wandeling van dik anderhalf uur. En niet op bergschoenen maar gewoon op de slippers of te grote regenlaarzen en ondertussen lekker peuken roken. Nu we dit gezien hebben, zullen we nooit meer klagen dat onze ergonomische en functionele rugzakken te zwaar zijn.
Het delven van het zwavel werd midden in de zwaveldampen gedaan en er werden maar sporadisch mondkapjes gebruikt. Onvoorstelbaar, want toen de wind even draaide mochten we ervaren dat het inademen niet echt lekker was. En dan hadden wij nog onze neus en mond afgeschermd met natte doeken!
Rond half drie waren we terug in het Palm hotel, een voormalig huis van de Nederlandse familie Van Hell. Daar hebben we een welverdiende duik genomen in het zwembad en hebben we de rest van de middag geskyped met Nederland omdat er dingen moesten worden geregeld omdat er helaas is ingebroken in ons huis. Dus ouders en buuv/buum: nog een keer bedankt! Erg vervelend allemaal!
Vandaag hebben we een dag om een beetje bij te komen. Lekker rustig aan reisplannen maken voor de komende weken, wasje doen, baantjes trekken in het zwembad en verse sapjes drinken.
Heel veel groeten en tot horens!
Reacties
Reacties
Nou weer een prachtig verslag! Ik wou dat ik er bij was. zucht. Gelukkig kan ik hier van de aanwezigheid van mijn vriendin Bernice genieten van het weekend!
Ach 14 graden is het hier ook, en dat is extreem warm voor de tijd van het jaar. Voor blouse te koud voor trui te warm ach ja laten we er nog maar even van genieten.
Balen dat je huis is doorzocht door het dieven gilde. Zeker op afstand als je niets kan deen. Geniet toch maar lekker verder van de reis!
groet jan
Mooi verhaal, proost voor de drankverkoper.
Zal even een prikkeldraadje rond jullie huis gaan spannen.
groetjes Thijs
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}